Zoals veel brandweervrijwilligers heb ik mijn pieper altijd bij me. Ook in de weekenden, ook als het mooi weer is. Eigenlijk is hij altijd in mijn buurt. Op deze zonnige zaterdag ging mijn pieper voor een alarm. Een melding voor het hulpverleningsteam waar ik deel vanuit maak. Ik las dat er een LVO, een luchtvaartongeval had plaatsgevonden. Terwijl ik onderweg ben naar de kazerne probeer ik aan de hand van de melding een beeld te vormen van wat er gebeurd is. En wat ik nou moest verzinnen bij een luchtvaartongeval? Ik had in elk geval geen idee.

Bij aankomst op de kazerne kwam ik erachter dat ik niet de enige was met vragen. Terwijl ik mijn uitrukpak aantrok hoorde ik het hulpverleningsvoertuig gas geven. Ik kon hem nog net de kazerne uit zien rijden. Dat betekende dat er genoeg mensen aan boord waren, in het geval van de HV 3 personen. Samen met de collega’s die net als ik even binnen mochten blijven, luisterden we mee naar de melding.

Het bleek te gaan om een parachutist die een te harde landing had gemaakt op het strand. We hebben een startplaats hoog in de duinen, maar helemaal goed gepland was deze vlucht niet. De melding: persoon op het strand, ambulance ter plaatse, u mag prio2 verder, kwam dan ook snel.

Mijn collega maakte nog een opmerking over mijn sportieve uiterlijk, ik kwam net uit de sportschool, en we gingen we richting kantine. Na een kort momentje de plannen van het weekend besprekend, tekenende we en hoorden we dat de collega’s met het hulpverleningsvoertuig alweer retour post kwamen. Dat was voor mij het teken om via de supermarkt thuis een douche op te gaan zoeken.

Ik had me net omgekleed, toen de pieper opnieuw afging. Prio 1 voor een LVO. Hé? Wacht even, wat is er aan de hand? Opnieuw de auto in onderweg naar de kazerne. Dit keer kreeg ik geen scenario bedacht behalve: de melding zal wel in het systeem zijn blijven hangen of zo… Maar nee! Het was een déjà vú, het was exact dezelfde melding, op exact dezelfde plaats! Kennelijk had een andere parachutist ook de afsprong gewaagd. Alleen was hij halverwege het duin beland in plaats van beneden.

De duinen bleken hoger dan gedacht, zeker omdat mijn collega en ik rennend achter de HV aan moesten, kwamen we boven enigszins buiten adem aan. Daar stonden de nodige ambulances, brandweervoertuigen, politievoertuigen en de strandwacht aan een touw te trekken. Hmm, er bleek een brancard met slachtoffer aan te hangen. Met vereende krachten hebben we de hele slang van hulpverleners en slachtoffer het duin op getrokken.

Na een half uur was de klus geklaard en hadden we even tijd om met elkaar de inzet door te spreken. ‘Wat dachten jullie? Verkeerde melding zeker?’ vroeg een collega. Ja, inderdaad, dit verzin je toch niet? Nadat alles weer was ingepakt, opgeruimd en mijn collega een lift van de collega’s van de politie had geregeld om terug te gaan naar onze HV was ik 1 van de laatste die lopend weer naar de strandovergang ging.

Achter me stond een man, duidelijk klaar om met parachute zich in het diepe te gooien. ‘Kan ik mijn gang gaan mevrouw?’ vroeg hij aan me. Ik heb hem wat vreemd aangekeken en hem gevraagd hoe hij verzekerd was. Want als het binnen 3 uur 2 keer goed fout gaat… Ach, drie keer is scheepsrecht toch?