Het was een zonnige zaterdagmorgen, vroeg voor de zaterdag. Ik zat net met een heerlijk ontbijtje op de bank met de zaterdagkrant erbij. Het leven van de vrijwilliger gaat niet over rozen, het is in elk geval redelijk onvoorspelbaar. Mijn pieper kwam tot leven.

Snel had ik de melding gelezen, het ging om een woningbrand. Ik hou van mijn werk, maar dit betekend vaak in de nasleep niet veel goeds voor de bewoners. Verschillende dingen spoken door je hoofd na het lezen van de melding: zijn er slachtoffers, uitslaand, wat voor soort bebouwing? En dat terwijl ik nog niet op de kazerne ben gearriveerd.

Toen we daadwerkelijk in de auto zaten en de melding hoorden van de centralist begrepen we dat het om een uitslaande brand ging en wij ter assistentie van de eerste eenheden ter plaatse zouden gaan. Dit had te maken met de ligging van het pand, de bezetting van de diverse voertuigen en de omvang van de brand. Het bleek aan een drukke doorgaande weg te liggen en ik kreeg de opdracht om heel snel de weg af te lopen op zoek naar een extra brandkraan. Dat betekend dus gewoon een sprint van 300 meter heen en 300 meter terug. Niet dat het hielp, want er lag geen extra brandkraan.

In dit soort situaties wordt de waterwagen gealarmeerd die extra blusvermogen kan leveren. Helaas heeft het niet kunnen voorkomen dat de woning zeer zwaar beschadigd is geraakt.

En wat gebeurd er bij langdurige inzetten? Dan komt ook de catering ter plaatse. Bij ons is dat een blusgroep met een speciaal voertuig waar we dan vervolgens koffie, fris en broodjes kunnen krijgen. Je zult begrijpen, zonder ontbijt en na een paar uur werken stond ik nog net niet te springen bij de collega’s van de catering. Het ziet er misschien heel raar uit, brandweermensen die dan gaan ‘pauzeren’, maar het is vaak wel heel hard nodig.

Op het moment dat ik in de richting van de catering liep kwam ik de collega’s van de politie tegen. Ondertussen werd ik nog net niet van mijn sokken gereden door een ouder echtpaar op een elektrisch vervoersmiddel. De agente trok een gezicht. Op mijn vraag of ze al koffie hadden gehad, verzuchte ze dat ze dat in de auto had liggen. Haar collega was druk in een discussie met andere fietsers dat ze er echt niet door mochten. ‘Wat is dat voor onzin! Je ziet toch zo dat de weg best wel vrij is. Ik ga geen kilometer omrijden, je laat me er gewoon door’ De agent legde nogmaals uit dat het niet toegestaan was, waarop de man diverse krachttermen gebruikte. Ik kan me dan niet inhouden, ik heb aan de meneer, overigens niet van het type tokkie, gevraagd hoe zuinig hij was op zijn dochtertje achterop de fiets. Want de kans dat hij door de slangen onderuit zou gaan, was niet ondenkbaar. En ik heb hem ook nog even van een klein stukje opvoedkundig advies voorzien.

Het bleek dat de agenten allemaal, meermaals werden uitgescholden omdat automobilisten en fietsers moesten omrijden. Het spijt me, maar daar wordt ik heel, heel boos van! Ik ben nog opgevoed met het idee dat je een hulpverlener respecteert, ook als je het er niet mee eens bent. Ook de politie doet zijn of haar werk. Achteraf kun je gaan klagen. Zonder te schelden!

Ik heb de collega’s meegenomen naar de catering, voor een goede bak koffie, een lekkere kom soep en een verrukkelijk broodje. Konden we daar een beetje stoom afblazen en ons verbazen over het afgenomen moraal van de Nederlandse burgers die wij waren tegengekomen.

Toen ik thuis kwam, stond mijn perfecte halfzacht gekookt eitje en kopje thee nog steeds op de tafel waar ik ze had achtergelaten…