Ik ben al jaren jeugdinstructeur. Bij de jeugdbrandweer leren we kinderen van 12 tot 18 jaar wat brandweerwerk inhoud. We beginnen heel erg speels met de jongste leden. Zij leren het lage druk aflegsysteem en samen werken. Later leren ze verkennen in gebouwen en uiteindelijk mogen ze met een tankautospuit en het hoge druk aflegsysteem inzetten draaien. Ik grap wel eens: ze kunnen onze inzet zo overnemen. Al mogen ze absoluut nog geen ademlucht dragen.

We oefenen met vlamenborden, vlammenlinten en knetterkasten. De vaardigheden zijn dezelfde die de ‘grote’ brandweer gebruikt. Het is dan niet voor niets een kweekvijver voor de ‘grote’ brandweer. Veel van de oud jeugdleden zijn dan ook nu mijn collega’s. Dat je dan soms heel oud voelt… tja. Zeker als je leden hebt die je kent vanaf hun 12e jaar en ze nu bij jou op de auto stappen bij een inzet.

Zo ben ik ook een beetje met het brandweervirus besmet. Ik weet nog dat er een brand was aan het einde van de straat. Ik moest en zou gaan kijken, dit was toch iets anders dan mijn mini brandweerauto! Toen ik op de stoep geduldig zat te kijken naar alle activiteiten vond ik het prachtig. En toen een brandweerman vroeg aan mijn vriendje of hij eens wilde blussen wat ik jaloers. Kennelijk zag zijn collega dat en mocht ik ook aan de straal komen te staan. Thuis wilde ik in geuren en kleuren vertellen over wat ik had meegemaakt, maar ik krijg straf. Dat was vooral omdat ik het huis uitgelopen was en mijn moeder niet had verteld wat ik ging doen en zij me niet meer kon vinden.

Op het gebied van reanimatie en EHBO vind ik het ook nog steeds heel leuk als er een kind met de ouders meekomt of als ik een les jeugd EHBO mag verzorgen. De jongste cursiste was een meisje van 7 jaar. Ze kon fysiek nog niet reanimeren, maar ik heb haar geleerd om vast te stellen dat iemand bewusteloos was, de ademhaling controleren en 112 te bellen. Ook kon zij een volwassene instrueren om te reanimeren. Ze heeft van mij persoonlijk een diploma jeugd-BHV diploma gehad.

Kinderen maken ook ongevallen mee, ook zij kunnen helpen. En ze leren makkelijker dan volwassenen omdat ze graag dingen doen. Misschien snappen ze niet altijd waarom, maar ze weten wel wat ze moeten doen.

En wie weet, worden ze later wel hulpverlener, BHV-er of arts. In elk geval kunnen ze helpen. Daar gaat het om, jong geleerd is oud gedaan!