Ik ben al jaren brandweervrouw. Ik krijg heel vaak de vraag: zet je de koffie of doe je de administratie? Nee, ik rijd met mijn collega’s op die rode auto’s. En daar train ik voor, elke week een avond. Ook vrouwen kunnen ‘gewoon’ bij de brandweer werken. En ja, ik doe hetzelfde werk als mijn mannelijke collega’s.

Het is inmiddels alweer tijden geleden dat een werkgever aan mij vroeg: jij weet wel wat van EHBO en zo, wil jij geen instructeur worden dan? Geen probleem, ik begon aan de opleiding waar ik een vreemde eend in de bijt was omdat ik een brandweerachtergrond had. Na ongeveer een half jaar stond ik wel les te geven aan EHBO-ers en BHV-ers maar ik mocht niks vertellen over brandbestrijding. Mijn ouders vonden dat ik voor mijn eigen ontwikkeling maar eens de opleiding tot brandweerinstructeur erbij moest doen. Een erg kostbare zaak, maar dat hadden we er wel voor over. Je moest eerst de module onderbrandmeester sociale vaardigheden gaan doen. En dan mocht je de module instructeur gaan halen.

Door een reorganisatie zochten ze mensen die vrijwillig van werk wilden wisselen. En aangezien ik net bij een beroepskorps gesolliciteerd had én dat korps mij wel wilde aannemen, was ik 1 van die vrijwilligers. Dat heeft me meteen de andere opleidingen opgeleverd, dat wilden ze wel sponseren.

Dan ben je in 1 keer allround instructeur. En nog steeds was ik een vreemde eend in dat wereldje. Ik wordt niet alleen liefkozend (zo interpreteer ik het maar) pleisterplakker van dienst genoemd, maar ik ben ook 1 van de weinige vrouwen die alle papieren heeft. Elke vrijdagavond sta ik ook nog eens les te geven bij de jeugdbrandweer, en omdat er niet veel vrouwen bij de brandweer werken, ben ik ook 1 van de weinige jeugdbrandweerleidsters (er zijn er gelukkig wel meer in mijn regio en Nederland hoor).
Hoe vaak ik niet hoor als de cursisten mijn lokaal instappen: ik moet voor de brand en ontruiming mevrouw, waar moet ik dan zijn? Bij groepen met overwegend vrouwen zijn mijn lessen soms anders dan die van mijn mannelijke collega’s. Er wordt meer gevraagd over technische zaken en durven ze meer op de praktische oefeningen. Want, zoals een cursiste mij uitlegde, zo’n man legt het een keer uit en iedereen vindt hem wel stoer, dan ga ik niet zeggen dat ik eigenlijk niet helemaal snap! Het helpt misschien ook dat ik ooit wel eens in de verpleging gewerkt heb en weet waar je tegenaan loopt, maar ik krijg gegarandeerd andere vragen.

Blijft de vraag: hoe kom je dan aan de naam brandweerjuf? Een collega uit een andere regio was in onze provincie vakantie aan het vieren. En daar hoort ook een bezoek aan een kazerne bij. Aangezien hij en zijn zoon brandweer fantastisch vinden kwam het hele gezin kijken op de post. Na een ronde langs de auto’s kwamen we in ons leslokaal. De kleine man keek wat verward. ‘Moeten brandweermensen dan ook naar school?’ Ja, inderdaad, dat moeten wij ook. En natuurlijk moest ik laten zien wat mijn tafeltje was. Die hebben we niet en ik zit niet altijd achter een tafeltje. Ik sta ook wel eens daar, ik wees naar de voorkant van het lokaal. Hij keek erg verward, zocht hulp bij zijn vader die alleen moest lachen. Hij dacht heel diep na en verklaarde toen plechtig: dan ben jij gewoon de brandweerjuf!
Ik heb de geuzennaam maar aangehouden. Het maakt niet uit welke les ik mag geven, ik ben en blijf gewoon de brandweerjuf…