Toen ik me daadwerkelijk bij de brandweer aangemeld had verzuchte mijn vader: over mijn lijk! Ik heb hem verteld dat het wel kon, maar niet wenselijk was. Ik had me al aangemeld en mocht na een paar dagen al komen praten. Ik kan niet zeggen dat hij er niet op voorbereid was, ik was al sinds dat ik kon praten brandweergek.

Mijn opa, dat was ook al een verhaal apart. Hij weigerde pertinent om op de kazerne of op een open dag te komen kijken. Dat was niks voor hem, hoewel hij best wel kon genieten van een smeuïg verhaal over een inzet of de opleiding. Ooit vertelde hij me, dat brandweer gewoon een te gevaarlijk vak was. En dat hij liever niet had dat ik daar wat in deed. Of de, hij opperde maar wat, de verpleging niks voor me was.

Mijn broer heeft net als ik best wel aparte hobby’s. Hij houdt zich bezig met klimmen en iets met schieten op kleien platen. Dat zijn ook niet echt hele veilige bezigheden. Misschien heeft het aan onze opvoeding gelegen, ik weet het niet precies. We houden van actief bezig zijn en anderen helpen.

Ik kan me nog herinneren dat we ooit een inzet hadden in de binnenstad. Een leegstaand pand stond goed in brand. Een aangezien ik op een zondag bij de koffie wegrende en heel lang wegbleef, ach, ze maakten een wandelingetje met zijn tweeën. En ja, dan kom je langs die rookwolken en dan kijk je toch even. Waar mijn moeder niet echt op voorbereid was, het feit dat haar dochter op een ladder, zo’n 20 meter boven een kolkende vuurzee een straal hanteerde. Om overslag naar een ander pand te voorkomen.

Toen ik thuiskwam kreeg ik de opdracht om eerst eens te gaan douchen. En daarna om ‘even’ te komen zitten. Ik had al van diverse collega’s gehoord dat mijn ouders waren wezen kijken. Dus ik kon ongeveer inschatten wat voor gesprek er zou volgen. ‘Meis, wat dacht je van een leuke carrière op een ambulance?’ ‘Wist je dat handwerken ook een vervullende hobby is?’

Heel even heb ik het overwogen, ik bedoel, het is je moeder nietwaar? Maar nee, ik heb uitgelegd dat ik niet alleen ben, dat ik, zelfs als ik het niet meer weet, er echt niet alleen voor sta. Ze heeft het nog geprobeerd: creatief met kurk? Ook dat lukte niet. Dus heb ik haar eens op een dienst meegenomen om te laten zien hoe en wat we doen.

Jaren later, veel later, heeft ze het nog vurig verdedigd. ‘Brandweermensen werken nooit alleen, is het gevaarlijk? Zeker, maar ze zijn niet gek en goed getraind!’ Ze heeft heel wat moeten doorstaan en nu ze er niet meer is, bedenk ik me maar dat ik bij de uitruk een extra engel bij me heb. Mijn vader stel ik na een uitruk vaak ook gerust door even te bellen als ik weer thuis ben.

Deze blog is voor de moeders, de vaders, de vrouw, de man en de kinderen. Ja, voor alle mensen die een geliefde bij de brandweer heeft. Onthou: het is niet een gewone baan, maar we staan er niet alleen voor. Bedankt voor jullie steun!