Sinds een paar weken mag ik bij de collega’s van de politie trainingen verzorgen op het gebied van kleine blusmiddelen en eerste hulp. Het is een BHV training, maar dan aangepast op het werkgebied waar zij mee te maken krijgen. De laatste tijd heb ik meer tijd in een celgebied doorgebracht dan goed voor me is, maar ze laten me er altijd weer uit.

Tijdens de trainingen leer ik zelf heel wat bij en heb ik een nog groter respect gekregen voor de collega’s in het blauw. De handhavers zijn vooral hulpverleners met een hands on mentaliteit. Dat is voor mij ook wel wennen. Niet zomaar ergens vanuit gaan, en bij oefeningen worden deuren niet zomaar overgeslagen. Er kan nog een persoon achter zitten die niet blij is met je komst.

Tijdens de koffie komen de verhalen los. Verhalen die ik zelf ook ken en hoor vanuit de brandweer en medische kant. Sommige van die verhalen zijn grappig, maar de meeste, die zijn dat absoluut niet.

Zo’n blusser is dan heel leuk. Daar sta je dan op de snelweg. De auto begon steeds harder te branden en mijn blusser was leeg. Het slachtoffer zat bekneld. Hij begon te smeken: haal me eruit, hak mijn benen eraf. Ik wist dat de brandweer aanrijdend was, maar ik wist ook dat ze nooit op tijd zouden zijn.

Met een wanhoop vroeg de man me: jaag me nu een kogel door mijn kop. Bij een hond zou je het wel doen…

Ik kon niets meer doen voor het slachtoffer. Zijn stem hoor ik nog steeds op de slechtste momenten, het smeken en het feit dat ik helemaal niks voor hem kon doen.

Het enige wat deze instructeur kon doen, was luisteren. Net als zijn collega’s. Wij konden ook heel weinig doen. Behalve luisteren en blijven luisteren. Hij vertelde zijn verhaal en beleefde de frustratie opnieuw. ‘Je begrijpt nu dat ik niet blij ben met die blussers, leuk bedacht maar ze helpen echt niet.’ Ik heb uitgelegd dat wat hij ook gedaan had, hij met zijn middelen nooit iets had kunnen uitrichten. En dat hij alles binnen zijn macht gedaan had.

Dat was niet het enige verhaal. Verre van. Ik laat ze het vertellen, als ik mijn verhaal kwijt wil, dan vertel ik dat ook op mijn kazerne. In een veilige omgeving. Praten helpt, het gaat nooit over, maar je kunt het van je af praten.

Ik ben trots dat de mensen in mijn groepen me vertrouwen en elkaar vertrouwen om ook dat stuk van de training niet over te slaan. En voordat je denkt dat we elkaar huilend in de armen vallen, het is geen drama serie, gaan we verder met de leuke dingen van de training. Want dan blijkt die reanimatie pop een eigen leven te leidden en de blusser toch heel leuk om een geintje mee uit te halen.

Aan het einde van de training bedenk ik me vaak: toch vreemd die hulpverleners. Het maakt niet uit voor welke dienst we werken, we gaan naar de ellende waar anderen voor weg lopen en hopen, dat we een verschil mogen uitmaken voor hen die het het hardste nodig hebben…