Als instructeur is het leven eigenlijk nooit saai. Ik probeer mijn lessen toch wat actief te houden. En u zult mij heel vaak horen verklaren aan het begin van de les: zo, we zijn 8 uur tot elkaar veroordeeld, laten we er maar wat van maken. En voor degene die dit al vervelend vinden… het wordt een erg lange dag. Ik heb het nog nooit meegemaakt dat mensen die deur uit renden.

Maar uitspraken en dingen die cursisten doen. Daar kan ik een boek over schrijven! Zo vallen me diverse dingen op bij sommige groepen cursisten. Allereerst, de meesters en juffen van de basisschool. Er verklaarde een juf bij mij dat als de kinderen in de klas zo deden ze echt de les uit werden gestuurd. Dat is inderdaad zelfkennis.
Of groepen vrouwen en / of mannen van bedrijven die van verschillende locaties komen. Je kunt dan gerust de koffiepauze met een kwartier verlengen. Ze hebben elkaar zoveel te vertellen. En dat kan ik me goed voorstellen, je hebt vaak geen tijd om eens lekker bij te praten. Onder het mom dat het goed is voor de bedrijfscultuur pas ik het lesrooster dan gewoon aan.
Aan de andere kant maakt deze brandweerjuf ook wel eens dingen mee die ervoor zorgen dat ik totaal stil val. Nee, ik ga het niet hebben over de verschrikkelijke dingen die sommigen hebben meegemaakt en de moed hebben om dat met mij te delen. Nee, van die dingen dat je denkt: he? Even wachten hoor.
Op een les watervoerende armaturen moest ik een groep manschappen aanleren hoe je een opzetstuk plaatst. Dit is een hulpstuk om water te onttrekken uit het drinkwatersysteem en is nodig om een brand te blussen. Met behulp van het 4 stappen systeem (een didactische methode) legde ik het nog een keer uit: dit is het straatdeksel en dat verwijder je met de kraansleutel. Dan verwijder je het slibdeksel. Eén van de mannen riep: het wat? Ik zei nog een keer het slibdeksel. Hij keek heel verward mijn kant op en zei toen doodserieus: ik draag geen slip onder mijn pak! Ik draag boxers. Ik heb heel voorzichtig zijn gebrek aan Nederlandse taal op het gebied van slib en slip ietwat bijgespijkerd.

Zo komt het tijdens de lessen BLS (reanimatie) ook voor dat de cursist een woord zoekt maar het net niet kan vinden. Zo was een man helemaal zich aan het inleven in de casus. Hij zit naast het slachtoffer, zoekt zijn mede cursist op en vraagt hem erbij te blijven. Hij was heel serieus bezig toen hij verklaarde dat Fred (mijn pop) geen normale ademhaling had en dat hij 112 moest bellen voor een reanimatie. Wild enthousiast begon hij met de reanimatie toen hij zich realiseerde dat hij wat vergat. ‘Jij daar, haal mijn vibrator op!’ schreeuwde hij door de gang. De mensen die om hem heen stonden barsten allemaal in lachen uit, inclusief de instructeur. Maar deze cursist slaagde met een 10 en een griffel, hij stopte de reanimatie niet. Pas achteraf, toen ik uitgelachen was en hem vertelde dat hij mocht stoppen, vroeg ik hem wat hij nu wilde. ‘Dat ding die vibrator natuurlijk… oooh *** de defribilator!’ Nu snapte hij het en ik heb hem de tip gegeven om dat ‘ding’ een AED te noemen.

Op de les EHBO had ik weer eens een onderwerp bedacht dat ik door lotus slachtoffers liet uitspelen. Nu zijn de lotussen bij mij zo bekend dat ik ze altijd de vrije hand geef in spel. Dat ze er heel veel vertrouwen in hebben dat ik er uiteindelijk wel een goede uitleg bij geef, dat is natuurlijk heel fijn. Dat ik bij het spel betrokken wordt, iets minder. Zo speelden de lotussen een scenario waarbij drugs betrokken waren. Twee verslaafden waren aan het ruziën over de ‘buit’. Waarbij de 1 met een mes stond te zwaaien, de ander aan zijn arm stond te rukken en hij had ook nog een hoofdwond opgelopen. Alleen trok hij iets te hard aan het zakje met ‘drugs’. Het zakje barste open een grote wolk met ‘drugs’ (dit was meel) daalde over ons neer. Hij liet zich op de grond vallen en probeerde alles op te vangen. Omdat ik ook onder zat kreeg ik ook de volle laag, als snuivend kroop hij over de grond en wilde ook mij afstoffen. Inmiddels had ik de slappe lach… Dat was niet bevorderlijk voor de hulpverlening. Maar de cursisten worstelen zich om hun lachende instructeur heen en deden hun plicht. Ook geslaagd.
Het lesgeven aan de kinderen van de jeugdbrandweer is een bezigheid waarbij je je blijft verbazen over wat er in die koppies omgaat. Zo kreeg ik de vraag: mevrouw, als u een brandweervrouw bent hé, heeft u dan ook een brandweerman? Logische gedachte nietwaar?
Afijn, ik blijf met heel veel plezier lesgeven aan alle groepen. En aan het einde van elke les is er ook wel een les die deze brandweerjuf heeft geleerd. Want het beroep van instructeur is een dynamische beroep, je moet er zelf ook wat van opsteken…

Opleidingen