In mijn werk heb ik niet vaak te maken met collega’s. Het is meestal een aardig solo gebeuren, instructie geven. Ik sta voor de groep en soms is er voor mij of na mij een collega aan de beurt. Dat heeft zijn charme, maar ook zijn nadelen. Dan mis ik het hebben van mensen om me heen die net als ik tegen dezelfde dingen aanlopen.

Vandaag mocht ik invallen op een BHV herhalingscursus. Voor mij was de brand instructeur aan het werk geweest. Een aardige man die ik niet ken, en dan vraag ik even hoe de groep was, wat er behandeld is op het onderwerp en of er bijzonderheden zijn. Ik heb een tijdje met hem zitten praten en hij had nog niet zoveel lesmateriaal of ideeën. Ik heb hem er een aantal aan de hand gedaan. Want hoewel je alleen werkt kun je best wel wat van elkaar leren en elkaar op weg helpen.

Deze week heb ik gewerkt met een collega, die net als ik ook al jaren in het ‘vak’ zit. En omdat we, gek genoeg, over de inhoud van de lessen wel aardig op lijn liggen kreeg ik dan ook wel de vraag wat ik vond van… Want kijk, soms horen we van de cursist over dingen die hen zijn aangeleerd, waarbij de instructeur zijn wenkbrauwen nog net tot de haargrens doet optrekken. Zo ook in dit geval. Hij wilde weten of ik iets met schoenen tijdens een reanimatie had aangeleerd. Uiteraard niet, en ook ik moest tijdens mijn les wel even nadenken over hoe je die vaardigheid zou aanleren (het leggen van een schoen in de nek om niet te hoeven beademen, het staat in geen van de lesboeken).

Aan het einde van de les hadden we het er nog even over… hoe verzin je het? En voordat ik het wist waren we verwikkeld in een discussie over de les- en leerstof. En wat gebeurd er dan? De voorbeelden vliegen je om de oren, ga je een deurprocedure bespreken, kijk je nog eens goed naar de manier van het aanleggen van een verband en het nut ervan en voordat we het wisten, waren we een stief half uurtje verder. Ik realiseerde me opeens: we zijn het met elkaar eens en toch, toch staan we erover te praten! En van het één komt het ander en gaat het over inzetten en slachtoffers. Maar ik denk, dat als een buitenstaander hiernaar had staan kijken, ze 2 instructeurs aan het werk hadden gezien. We waren elkaar les aan het geven. We zullen maar zeggen, het is de aard van het beestje?

Instructeur zijn vind ik nog steeds heel bijzonder. Jij mag een vaardigheid bijbrengen en wel op zo’n manier dat als de cursist voor een slachtoffer, brand of ongeval komt te staan, deze ook weet te handelen. Want het gaat in de veiligheidsbranche om de praktijk. Niet of jij de hulpverleningsregels weet op te dreunen, maar of jij weet hoe jij moet handelen. En dat is best lastig.

Een goede instructeur nodigt vooral uit. Om te doen en om te leren. We vragen mensen zich kwetsbaar op te stellen, toegeven dat je iets niet kan is lastig. Maar weten dat je iets niet kan is heel moeilijk. Ik hoop dat aan het einde van de cursus de cursist met een goed gevoel naar huis gaat. Niet dat het gezellig was, of dat hij alles weet, maar dat hij een vertrouwen heeft in zijn eigen handelen en kennis. Ik, en mijn collega’s leidden op voor de praktijk en niet voor het papiertje. We hopen u snel te ontmoeten! En ik? Ik hoop op nog vele lessen, ehhh discussies van mijn collega. Want dat maakt het werk nu eenmaal zo leuk.