Een oefenavond kwam ik vanuit mijn werk naar de oefenlocatie. Normaal zou ik dat niet doen, maar omdat het om een realistische oefenavond ging, ben ik zo vanuit mijn werk doorgereden om toch nog een inzet te draaien. Aangekomen kreeg ik te horen dat ik in de volgende ploeg mee kon draaien op een woningbrand. Omdat de rest van de ploeg er al 2 inzetten op had zitten werd ik gewisseld met een collega en kreeg ik ook zijn ademlucht toestel in handen gedrukt.


Zoals ik geleerd heb controleer ik de druk, die voldoende was en terwijl ik hem in de auto hing, kregen we de melding al binnen. Dus, meteen zitten en luisteren naar de melding. Woning vol met rook, de voordeur was dicht en gebarricadeerd en de deur op het balkon stond open. De bevelvoerder gaf de opdracht om om te hangen en bij aankomst moest ik samen met mijn maatje een ladder plaatsen en via dat balkon naar boven. De andere ploeg zou beneden een toegang gaan forceren. Zo gezegd en zo gedaan en binnen een paar minuten stonden ik en Willem boven. Slachtoffer in de gang en deze werd snel met hulp van de tweede tankautospuit naar beneden gehaald.

Doorverkennen en dan vaststellen dat het beneden brand, de andere ploeg zat al op de brand. Dus, Willem en ik zijn naar beneden gegaan, via een soort van draaitrapje kon je in de beneden hal komen. Terwijl Willem drie treden onder me stond konden we al zien dat we nog extra lengte nodig hadden en ik begon de straal naar beneden door te voeren.

Ik voelde dat ik geen lucht meer kreeg uit mijn masker. Geen zuchtje, mijn masker trok vacuüm tegen mijn gezicht als ik probeerde in te ademen. Ik controleerde mijn manometer die 0 aangaf. Ik liet de slang los en probeerde mijn afsluiter te draaien, geen effect. Midden in de rook en in de hitte moest ik vlug nadenken. Schreeuwen naar mijn maat ging niet meer en ik kroop de trap op verder naar boven, terug naar de plek waar ik naar binnen was gekomen.

Nog minder lucht in mijn longen, het kruipen werd moeilijker en ik kwam in de verleiding om mijn masker van mijn gezicht te trekken. Maar met de rook en de hitte zou dat mogelijk letsel opleveren. ‘Denk, denk, denk’ was de mantra die ik herhaalde. Ik trok mijn masker een klein stukje van mijn gezicht en trok mijn blusjas omhoog. Zo kon ik nog een teug lucht uit mijn blusjas halen, de lucht daarin was weliswaar vies en nat, maar alles beter dan de hete rook.

Vijf meter, drie meter, twee meter. Masker van mijn gezicht, licht en lucht. Doorkruipen en doorgaan. Buiten! Noodknop ademlucht en portofoon indrukken, ademen, rustig. Rustig blijven, niet hoesten, niet kotsen! Je bent veilig. Plots voel ik een hand op mijn arm en een stem: ‘doorademen, je bent veilig’. Om me heen 2 collega’s die niet snapten wat ik daar op mijn knieën deed. Met trillende handen pakte ik de manometer: 0 bar. Maskers gingen af en ik werd tegen de muur gezet. ‘Heb je rook ingeademd? Ambulance nodig?’ Nee, ik had het niet nodig maar zat te trillen op mijn benen.

Mijn toestel werd van mijn schouders getrokken en de instructeur had moeite om de afsluiter te draaien. Dichtgevroren. Na een ferme tik begon plots het toestel weer af te blazen. Hij deed het weer! Of ik verder wilde? Nou, na vijf minuten en met een nieuw toestel op mijn rug ben ik door het pand heen, over dezelfde trap naar beneden gelopen. Trillend, ontzettend gespannen, dat wel. Maar hup, terug naar binnen en niet nadenken!

Uiteraard wilden we weten hoe het kon dat een toestel dichtvroor. Dat kan bijna niet. Na een reconstructie zijn we erachter gekomen. De collega van wie ik het toestel had overgenomen draaide eigenlijk nooit de fles helemaal open. En doordat de leuning van de trap op afsluiter hoogte zat en ik bij het doorvoeren van de slang met de afsluiter ertegen zat heb ik de afsluiter grotendeels dicht gedraaid. Tel daarbij de inspanning op en dan kan een afsluiter dichtvriezen. Dan heb je ademnood. Geen lucht is het ergste dat je kan overkomen. Je hebt zuurstof nodig om te kunnen leven.

Achteraf kreeg ik de vraag of ik bang was. Nee, dat niet en dankzij mijn training weet ik dat ik de manometer en afsluiter moet controleren. Maar als dat niet helpt, dan ben je aangewezen op de verkenning en hoe goed je de weg hebt onthouden. Trainingen van vaardigheden, daar doen we het voor. En ik? Ik controleer minutieus mijn uitrusting als ik de kans heb. Na elke inzet, bij elke oefening. Een ongeluk zit in een heel klein hoekje, en als het aan mij ligt, blijft hij daar ook…